Me voici Hier ben ik

Een filosofische reis naar de Ander

Me voici

Me voici

Het antwoord dat aan de keuze voorafgaat

Deel 10 van 24 23 mei 2026 15 min lezen Beschikbaarheid

Ze kan niet meer spreken. Een ziekte heeft haar taal weggenomen. Als ik haar kamer binnenkom, is het stil. Het raam naar de tuin staat open. Zij zit op bed, haar handen rustig in haar schoot, haar ogen wakker.

Ik ga naast haar zitten. Steeds opnieuw gaat haar blik naar een donker kabinet aan de andere kant van de kamer, alsof daar iets is wat ik nog niet zie. Ik weet niet wat ze wil. Ik kan het haar niet vragen. Ook kan ik haar niet leren kennen zoals ik iemand in een gesprek leer kennen.

Ik blijf even zitten. Dan sta ik op.

Foto: Tony Luciani (dit is niet de vrouw met wie ik deze ontmoeting had)

Ik volg haar blik, loop naar de kast en raak het hout aan. Ze volgt en legt haar hand erop en beweegt haar vingers in een vast ritme. Later laat ik haar in een kunstboek kleuren zien. Telkens wanneer ze wit ziet, wijst ze erop. Ik vraag in het huis of iemand haar kan helpen de kast wit te schilderen, samen met een vrijwilliger.

Een paar weken later ontvang ik een foto. Ze staat naast de kast, die nu wit is geverfd. In haar blik ligt iets van erkenning.

Pas achteraf begrijp ik iets van wat daar gebeurde. Ik bevond mij naast haar voordat ik besloot daar te zijn. Iets in mij had al geantwoord voordat ik bewust koos. Hier was ik geroepen.

Bij Emmanuel Levinas keren bepaalde uitdrukkingen telkens terug en gaandeweg krijgen ze meer gewicht. Me voici, hier ben ik. Het is een korte, bijna alledaagse zin, maar zij draagt een groot deel van de beweging die deze serie probeert te begrijpen.

Wie ben ik wanneer de Ander voorrang krijgt?

Dit deel gaat over het meest radicale antwoord dat Levinas op die vraag formuleert. In Anders dan zijn of het wezen voorbij uit 1974, zijn tweede hoofdwerk, gaat hij verder dan de gedachte dat ethiek aan kennis voorafgaat. Hij beschrijft hoe het ik in zijn diepste structuur al betrokken is op de Ander, nog voordat het kiest, begrijpt of een morele regel toepast.

Twee begrippen staan daarbij centraal: me voici en substitutie. Dit is moeilijke stof, ook voor mensen die Levinas goed kennen. Daarom volg ik hier niet alleen zijn redenering, maar ook mijn eigen aarzeling.

Een verschuiving in het denken van Levinas

In Totaliteit en Oneindigheid uit 1961 beschrijft Levinas een ik dat in de wereld staat, zichzelf heeft, thuis is, geniet, woont, denkt en handelt. Dat ik wordt door het gelaat van de Ander onderbroken. Het wordt uitgedaagd, in vraag gesteld, ontregeld. Toch blijft het nog een ik dat er al is voordat het aangesproken wordt.

In Anders dan zijn of het wezen voorbij schuift dat beginpunt op. Levinas zegt daar radicaler dat het ik niet eerst zichzelf is om daarna verantwoordelijk te worden. De aanspraak van de Ander behoort al tot de vorming van het ik zelf. Mijn uniciteit verschijnt in het feit dat niemand anders in mijn plaats kan antwoorden. (1)

Jacques Rolland vat die verschuiving scherp samen: in Anders dan zijn of het wezen voorbij komt de identiteit van het subject van buiten. Alteriteit is geen latere ontmoeting; zij werkt al mee in het ontstaan van subjectiviteit. (2)

Daar verschuift iets. Wie ik ben, wordt zichtbaar in mijn antwoord op iemand die mij al heeft aangesproken.

Hineni, hier ben ik

Me voici lijkt op het eerste gezicht eenvoudig. Hier ben ik. Drie woorden. Een zin die iedereen kent. Bij Levinas krijgt deze zin een gewicht dat onze gewone taal bijna niet kan dragen.

In de Franse Bijbelvertaling is me voici het antwoord van Abraham, Mozes en Jesaja wanneer zij geroepen worden. In het Hebreeuws klinkt het als hineni. Voor Levinas wordt juist deze korte zin belangrijk, omdat zij laat zien dat een mens niet alleen iemand is die zichzelf meldt, maar ook iemand die antwoord geeft.

Roger Burggraeve hielp mij door te wijzen op iets kleins in de grammatica, dat veel openlegt. In hineni klinkt niet alleen: hier ben ik. Er klinkt ook in mee: ik ben hier omdat ik geroepen word.(3)

Dat maakt verschil. In ons gewone “hier ben ik” kan het lijken alsof ik zelf begin. Ik meld mij. Ik kom binnen. Ik plaats mijzelf in de ruimte.

In hineni ligt het begin eerder. Er is eerst een stem, een vraag, een roep. Pas daarna klinkt het antwoord: hier ben ik.

Zo verschijnt het ik als antwoord. Niet als iemand die zichzelf op de voorgrond plaatst, maar als iemand die beschikbaar wordt voor wie hem roept. Dat is de beweging die Levinas probeert te denken.

In het Nederlands en Engels glijdt dat bijna vanzelf weg. “Hier ben ik.” “Here I am.” Ik kondig mijzelf aan. Ik plaats mijzelf hier. In me voici en hineni klinkt een andere beweging. Mijn aanwezigheid blijkt al betrokken op iemand die mij riep.

Ik moest dat meerdere keren herlezen voordat ik begon te vermoeden wat hier gebeurde. Me voici zegt: ik ben hier omdat ik aangesproken ben. Deze plaats krijgt betekenis door wie mij riep.

Burggraeve formuleert het nog scherper: ik ben mijn verantwoordelijkheid aan de Ander verschuldigd zonder schuldig te zijn. (4)

Daar blijf ik telkens even hangen. Verschuldigd zonder schuldig te zijn. In de gewone moraal verbinden we verantwoordelijkheid vaak met schuld, keuze of handeling. Ik ben verantwoordelijk omdat ik iets heb gedaan of heb nagelaten. Levinas denkt eerder. Ik ben verantwoordelijk omdat ik hier ben, voordat ik iets heb gedaan.

Hier ligt ook de spanning met vrijheid. Levinas zegt daarmee niet dat de mens automatisch goed handelt zodra hij wordt aangesproken. Het gelaat dwingt niet zoals een macht dwingt. Het spreekt mij aan zonder dwang. Daarom kan ik wegkijken, mij afsluiten, zwijgen op een manier die de Ander alleen laat. Die mogelijkheid blijft bestaan.

Mijn weigering maakt de aanspraak echter niet ongedaan. Ik kan niet terug naar een toestand waarin ik niet aangesproken ben. Daarin ligt Levinas’ scherpte. Vrijheid begint niet in een leeg veld van mogelijkheden, maar in een wereld waarin de Ander mij al heeft aangesproken, gevraagd, onderbroken. Ik ben vrij in mijn antwoord, maar niet vrij van het feit dat er iets aan mij gevraagd werd.

Daarom is me voici geen vanzelfsprekend ja. Het is een antwoord dat betekenis krijgt omdat ik ook had kunnen wegkijken. Het is een antwoord dat gegeven kan worden omdat weigering mogelijk blijft. Juist die mogelijkheid maakt het antwoord menselijk. In de kamer van de vrouw met de witte kast had ik kunnen blijven zitten, kunnen denken dat ik het niet begreep, kunnen wachten tot iemand anders iets deed. Toch bewoog ik. Klein, aarzelend, zonder heldhaftigheid. Ik volgde haar blik. Misschien begint verantwoordelijkheid soms zo.

Levinas verbindt me voici ook met beschikbaarheid. In een voetnoot bij Anders dan zijn legt Levinas een verband tussen me voici en envoie-moi: stuur mij. “Hier ben ik” krijgt daardoor ook de betekenis van beschikbaarheid. Hier ben ik betekent: ik ben beschikbaar. (5)

Dat kan gemakkelijk groter klinken dan ik het hier bedoel. Gaandeweg ben ik het eenvoudiger gaan horen. Beschikbaarheid begint in gewone gebaren. De ogen opslaan naar iemand. Iemand groeten. Blijven zitten. Een blik volgen die naar een kast gaat. Levinas spreekt in zijn gesprekken met François Poirié zelf over zulke kleine gestes als plaatsen waar de ethische beweging zichtbaar wordt. (6)

En tegelijk blijft er iets ongrijpbaars in de gedachte dat ik al voor de Ander beschikbaar ben voordat ik daar zelf woorden voor heb. Dat ongrijpbare hoort erbij. (6)

Substitutie

In Anders dan zijn gaat Levinas verder dan me voici. Hij introduceert het begrip substitutie: zich in de plaats stellen van de Ander. Hij spreekt ook over de Ander in mijzelf. (7)

Substitutie is misschien een van de moeilijkste begrippen uit zijn werk. Het woord komt van het Latijnse substituere, in de plaats stellen. In het gewone taalgebruik kan het iets neutraals hebben: een speler wordt gewisseld, een onderdeel vervangen. Bij Levinas gebeurt iets anders. Hij bedoelt niet dat ik de Ander letterlijk vervang. Hij probeert woorden te vinden voor een verantwoordelijkheid die dieper ligt dan rol, keuze of medelijden.

Rond substitutie gebruikt Levinas woorden die elkaar dragen: l’un-pour-l’autre, de een-voor-de-ander. L’autre dans le Même, de Ander in het Zelfde. En ook otage, gijzelaar. Dat laatste woord blijft hard. Het schuurt telkens wanneer ik het lees. Levinas gebruikt het om te laten zien hoe diep verantwoordelijkheid volgens hem reikt. De Ander verschijnt al vóór mijn besluit om betrokken te raken. Het appèl is er al.

Levinas gebruikt het woord gijzelaar in een scherpe, historische betekenis. In een interview met Michaël de Saint-Cheron zegt hij dat hij het woord kent uit de tijd van de nazivervolging: gijzelaar worden betekende gestraft worden voor iemand anders. Dat maakt het woord bijna ondraaglijk. Toch vraagt Levinas of er, voorbij dit dramatische en verschrikkelijke lot, een hoogste waardigheid kan schuilen in de toestand van de gijzelaar: het besef dat men het risico loopt gedood te worden voor een ander. (14)

Substitutie is daarom geen empathie. Het is evenmin het overnemen van het leven van de Ander of het vrijspreken van diens schuld. Het is de ontregelende gedachte dat ik mij geplaatst kan vinden in verantwoordelijkheid voor de Ander, ook waar ik die verantwoordelijkheid niet zelf gekozen heb. Die verantwoordelijkheid reikt tot de verantwoordelijkheid van de Ander, zelfs tot diens schuld, zonder dat ik in dezelfde zin schuldig word en zonder dat de verantwoordelijkheid van de Ander verdwijnt. Daarom blijft dit woord zo moeilijk. Het benoemt een ethische blootstelling die onze gewone morele taal nauwelijks kan dragen.

Wat ik stap voor stap steeds beter begin te begrijpen, is dit. Soms ben ik al in beweging gebracht door iemand voordat ik voor mijzelf helder heb wat er eigenlijk gebeurt. De Ander raakt dan aan wie ik ben, nog voordat ik weet hoe ik moet helpen, begrijpen of antwoorden.

Misschien is dit het eenvoudigste dat ik er voorlopig over kan zeggen: ik ben al aangesproken voordat ik mijzelf volledig begrijp als iemand die kiest, handelt of beslist. In die aanspreekbaarheid ontstaat ook iets van wie ik ben.

Vanaf hier wordt zijn toon scherper. Het ik is bij hem “passiviteit passiever dan elke passiviteit”. De Ander eist mij op, dagvaardt mij, gijzelt mij. Subject zijn betekent letterlijk: onderworpen zijn. (8)

Dat zijn ongemakkelijke woorden. Ze moeten ook ongemakkelijk blijven. Levinas gebruikt ze om iets open te breken in ons gewone morele denken, waarin verantwoordelijkheid vaak begint bij keuze, instemming of wederkerigheid.

De eerste verwijzing komt uit Dostojewski’s De gebroeders Karamazov, waar starets Zosima zegt dat ieder mens verantwoordelijk is “voor allen en alles, en ik meer dan de anderen.” (9)

De tweede is een fragment van Pascal dat Levinas als motto gebruikt voor Anders dan zijn: “Daar is mijn plaats onder de zon. Daar begint en daar toont zich de toe-eigening van de hele aarde.” (10)

Beide verwijzingen raken aan dezelfde gedachte: mijn bestaan is nooit volledig onschuldig of vanzelfsprekend. Ik leef altijd op een plaats die ik met anderen deel.

Geen heroïek

De onmiddellijke tegenwerping ligt voor de hand. Wie kan dit dragen? Wie zou zo kunnen leven?

Burggraeve heeft daar een belangrijk antwoord op gegeven, dat ook bij Levinas zelf steun vindt. In Ethiek en oneindigheid zegt Levinas: “Mijn taak bestaat er niet in een ethiek te construeren. Ik probeer er alleen de zin van te zoeken.” (11)

Substitutie is daarom geen moreel programma en geen heldenopdracht. Het beschrijft een diepere structuur. Ik besta al in verantwoordelijkheid voordat ik mijzelf als vrij en kiezend subject begrijp. Ik kan die verantwoordelijkheid verdringen, ontlopen of verraden, maar zij is niet pas van mij wanneer ik haar vrijwillig aanvaard.

Burggraeve verbindt dit met de kleine goedheid, een begrip dat Levinas later mede via Vasili Grossman is gaan waarderen. Het gaat om kleine, vaak onopvallende daden van menselijkheid die blijven bestaan te midden van kwetsbaarheid, macht en geweld. (12)

Dat is wat in die kamer zichtbaar werd. Niemand had mij gevraagd om naast haar te gaan zitten. Ik was niet aangesteld als haar zorgverlener. En toch zat ik er, omdat haar blik iets van mij vroeg. Het antwoorden was al begonnen voordat ik koos.

De uniciteit van de geroepene

Wat dit denken met het ik doet, is verrassend. Je zou kunnen denken dat zoveel nadruk op de Ander het ik kleiner maakt of zelfs uitwist. Levinas denkt het scherper.

Juist in de aanspraak word ik deze ene.

Mijn uniciteit ontstaat uit het feit dat deze Ander hier en nu een beroep op mij doet. Niemand anders kan in mijn plaats antwoorden. In die zin ben ik uitverkoren, zonder religieuze zelfverheffing. Ik ben aangewezen om hier, op deze plaats, deze Ander te antwoorden. (13)

Dat is wat me voici uiteindelijk betekent. Hier ben ik, geroepen, aangewezen, onvervangbaar. Mijn verantwoordelijkheid is van mij omdat zij mij toekomt. Niemand kan haar voor mij vervullen.

De vrouw met de witte kast heeft mij dat geleerd zonder een woord te spreken. Ik kende haar niet. Niemand had mij gevraagd om naast haar te gaan zitten. Ik volgde haar blik, en met dat volgen werd ik degene die voor haar stond. Hier was ik, in dat moment, met haar. Onvervangbaar.

Misschien is dat de eenvoudigste formulering van wat Levinas met substitutie bedoelt. Dat ik, door een klein en alledaags antwoord, deze ene word voor wie deze ene Ander iets vraagt.

Hoe verloopt mijn reis?

Vandaag verscheen deel 10. Toen ik deze reeks begon, dacht ik dat de centrale vraag was wat er gebeurt wanneer de Ander werkelijk het middelpunt van ons denken wordt. Die vraag bepaalde aanvankelijk hoe ik Levinas las: via het gelaat, asymmetrie en de gedachte dat verantwoordelijkheid voorafgaat aan vrijheid en keuze.

Gaandeweg begon echter iets te verschuiven. Niet alleen in mijn begrip van Levinas, maar ook in mijn vraag zelf.

Ik begon te zien hoe sterk ons denken geneigd is de wereld vanuit zichzelf te ordenen. Hoe gemakkelijk de ander verschijnt binnen mijn categorieën, mijn interpretaties, mijn behoefte aan samenhang. Levinas bracht daarin een fundamentele onrust aan. Het gelaat laat zich niet eenvoudig opnemen in wat ik al begrijp. Het onderbreekt mijn vanzelfsprekendheid.

Tegelijk begon ik te vermoeden dat zelfs mijn oorspronkelijke formulering nog te veel vertrok vanuit een denken dat een centrum veronderstelt. Alsof de vraag vooral zou zijn wie dat centrum inneemt.

Misschien ligt de verschuiving dieper. Misschien gaat het erom dat mijn vanzelfsprekende manier van waarnemen, begrijpen en ordenen zelf wordt ontregeld.

Die beweging werd voor mij steeds zichtbaarder in het schrijven over asymmetrie, over le Dire en le Dit, over stilte en terughouding. Ik begon scherper te zien dat taal noodzakelijk is en tegelijk altijd iets fixeert. Dat begrijpen onmisbaar is, maar nooit samenvalt met degene die mij aanspreekt.

En daarmee diende zich langzaam een andere vraag aan.

Wat gebeurt er vóór mijn interpretatie? Hoe verschijnt iets eigenlijk voordat ik het vastleg in begrip, taal of oordeel? Wat betekent aandacht wanneer zij haar behoefte aan onmiddellijke zekerheid opschort?

Misschien brengt Levinas mij juist daarom terug naar vragen die hij zelf niet volledig vertrouwde: de fenomenologische vragen naar verschijnen, intentionaliteit en ervaring.

Dat is geen afscheid van Levinas. Eerder een verdere verdieping van de onrust die zijn denken heeft geopend.

Ik had aangekondigd dat deze reeks uit vierentwintig delen zou bestaan. Die delen gaan er ook komen. Maar nu tien delen geschreven zijn, merk ik dat ik behoefte heb om langzamer te bewegen. Om verder te lezen, na te denken en verbanden beter te begrijpen zonder de druk om voortdurend te produceren.

Ik neem daarom bewust meer tijd om mij verder te verdiepen in de denkers die onder Levinas aanwezig blijven: Husserl, Heidegger, Marcel, Gadamer, Buber en Rosenzweig. Niet om Levinas te verlaten, maar om beter te begrijpen uit welke spanning zijn denken ontstaan is.

Ook de vraag naar menselijke maat wordt daarin belangrijker. De radicaliteit van verantwoordelijkheid opent iets wezenlijks, maar zij kan in de praktijk ook verpletterend worden wanneer zij losraakt van begrenzing en herstelbaarheid. Mensen leven niet buiten vermoeidheid, falen, terugtrekking en zelfbescherming. Juist daarom zoek ik naar een taal waarin verantwoordelijkheid serieus genomen wordt zonder de mens te verliezen.

Misschien is dat uiteindelijk ook wat deze reis al geworden is: geen zoektocht naar een sluitend antwoord, maar een poging aandachtig te blijven voor wat zich niet onmiddellijk laat reduceren tot wat ik al meen te weten.

De cirkel sluit

Dit deel heeft mij niet alleen filosofisch beziggehouden.

In de afgelopen jaren luisterde ik regelmatig naar Leonard Cohen, vooral naar zijn lied You Want It Darker uit 2016. Het is het titelnummer van het album dat kort voor zijn dood verscheen. In het refrein keert steeds hetzelfde woord terug: Hineni, hineni. I’m ready, my Lord.

Ik had het nummer al vaak gehoord, maar vorig jaar november bleef dat ene woord ineens hangen. Ik kende het niet. Ik begreep het niet. Toch zette het iets in beweging dat ik nog niet kon benoemen. Ik kocht een ketting met het symbool van hineni, en die draag ik sindsdien.

Pas later, tijdens het werken aan deze serie, ontdekte ik dat hineni een centraal woord is bij Levinas. Dat het de Hebreeuwse vorm is van me voici: hier ben ik. Wat ik om mijn hals droeg, bleek het woord te zijn dat Levinas in het hart van zijn denken plaatst. Cohen bracht mij bij een woord. Levinas liet mij later zien wat dat woord draagt.

Wellicht is dat wat hineni doet. Het komt op je af voordat je het begrijpt. In een stem. In een lied. In een blik van iemand die niet meer kan spreken. En soms merk je pas achteraf dat je al hebt geantwoord.

Noten

(1) Emmanuel Levinas, Autrement qu’être ou au-delà de l’essence, Den Haag: Nijhoff, 1974. Nederlandse vertaling: Anders dan zijn of het wezen voorbij, Baarn: Ambo, 1991.

(2) Jacques Rolland, nawoord bij Emmanuel Levinas, Dieu, la mort et le temps, Parijs: Grasset, 1993.

(3) Roger Burggraeve, persoonlijke communicatie, Leuven, 2025.

(4) Ibid.

(5) Levinas, Anders dan zijn of het wezen voorbij

(6) François Poirié, Emmanuel Levinas. Qui êtes-vous?, Lyon: La Manufacture, 1987.

(7) Levinas, Anders dan zijn of het wezen voorbij

(8) Levinas, Anders dan zijn of het wezen voorbij vooral hoofdstuk “La substitution”.

(9) F.M. Dostojewski, De gebroeders Karamazov, deel II, boek 6, hoofdstuk 2.

(10) Blaise Pascal, Pensées, fragment 295 volgens Brunschvicg, fragment 112 volgens Lafuma.

(11) Emmanuel Levinas, Ethisch en oneindig. Gesprekken met Philippe Nemo, vert. C.J. Huizinga, Kampen: Kok Agora, 1987.

(12) Roger Burggraeve, Geen toekomst zonder kleine goedheid. Naar genereus samenleven in verantwoordelijkheid vanuit Emmanuel Levinas, Antwerpen: Halewijn, 2020

(13) Poirié, Emmanuel Levinas. Qui êtes-vous?, pp. 115-116.

(14) Michaël de Saint-Cheron, Entretiens avec Emmanuel Levinas 1992–1994, Paris: Le Livre de Poche / Librairie Générale Française, 2006, p. 31.

Reageren

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet getoond. Ik lees elke reactie voordat zij verschijnt.