Me voici Hier ben ik

Een filosofische reis naar de Ander

De Architectuur van Luisteren

De Architectuur van Luisteren

Een fenomenologische en existentiële verkenning van relationele terughouding, geworteld in en voorbij Levinas.

4 maart 2026 17 min lezen Luisteren

1. Inleiding: de illusie van snelle verstaanbaarheid en de noodzaak van terughouding

In het hart van onze alledaagse ontmoetingen, in de bestuurskamer, de spreekkamer en aan de keukentafel, zit een hardnekkig misverstand over wat luisteren is. We behandelen luisteren vaak als een actieve techniek om de wereld te ordenen, of als een passieve wachttijd tot we weer mogen spreken. Luisteren wordt instrumenteel: we verzamelen informatie om een diagnose te stellen, een conflict te dempen, of om te kunnen zeggen: “Ik weet precies wat je bedoelt.”

Wie fenomenologisch kijkt naar wat er werkelijk gebeurt wanneer mensen elkaar ontmoeten, ziet dat gesprekken zelden mislukken door een gebrek aan woorden. Ze mislukken omdat de luisteraar de werkelijkheid te vroeg sluit. Op het moment dat we de Ander definiëren, analyseren of reduceren tot een “probleem” dat opgelost moet worden, plegen we onbedoeld een vorm van toe-eigening. Daarin zit een machtsdimensie: de Ander wordt hanteerbaar gemaakt nog vóór de Ander in zijn volle, ontregelende andersheid heeft kunnen verschijnen.

Daarom pleit dit artikel voor een andere inzet van luisteren: niet als communicatietechniek om de Ander te “vangen”, maar als een ethische discipline van het Zelf. In dit artikel gebruik ik de volgende “definitie”:

Luisteren is relationele terughouding: het vermogen om mijn eigen behoefte aan bevestiging en controle tijdelijk op te schorten, en het effect van mijn aanwezigheid vóór mijn intentie te laten gaan, zodat de Ander niet gereduceerd wordt tot wat ik al plausibel vind of wat binnen mijn interpretatiekader past.

Deze “definitie” benoemt luisteren als een actieve weigering om de Ander voortijdig te sluiten en af te ronden. Om die verschuiving van ‘grijpen’ naar ‘getuigen’ concreet te maken, presenteert dit artikel de Architectuur van Luisteren: geen lineair stappenplan, maar een existentieel weefsel van bewegingen, houdingen en principes dat helpt navigeren tussen openheid en begrenzing, tussen de ethische aanspraak van de Ander en de noodzaak om te handelen.

Figuur 1. De Architectuur van Luisteren als constellatie: toetssteen (Effect vóór intentie), dragend veld (Aanwezig blijven), vijf bewegingen en drie principes. © Corine Jansen, 2026.

Figuur 1 visualiseert de Architectuur van Luisteren als een constellatie: een toetssteen (Effect vóór intentie), een dragend veld (Aanwezig blijven), vijf bewegingen en drie dwarsdoorsnijdende principes.

In de volgende paragrafen wordt dit raamwerk filosofisch gegrond en fenomenologisch uitgewerkt. Voor die fundering moeten we eerst te rade gaan bij denkers die de grenzen van ons verstaan hebben blootgelegd.

2. Theoretische fundering: de aanspraak van de Ander

De Architectuur van Luisteren rust op een deconstructie van een hardnekkige reflex in westerse communicatie: de neiging om te verstaan door te controleren. In gesprekken is die reflex vaak goedbedoeld, maar hij draagt een ethisch risico in zich. Wie te snel interpreteert, classificeert of verklaart, maakt de Ander hanteerbaar voordat de Ander werkelijk heeft kunnen verschijnen.

Vier denkers helpen om die reflex open te breken en in een ander licht te zetten. Levinas markeert de ethische grens van snel begrijpen. Marcel geeft woorden aan de houding die nodig is om die grens te kunnen uithouden. Gadamer laat zien hoe verstaan in dialoog toch mogelijk blijft. Derrida en Ricoeur maken de tragiek en noodzaak van handelen zichtbaar. Ik gebruik bewust enkele kernbegrippen in het Frans en Duits. Deze termen zijn geen versiering: ze benoemen precies wat we herkennen, het moment waarop taal sluit, het moment waarop een gesprek openbreekt, en het moment waarop “begrip” stilletjes omslaat in toe-eigening. Elke term wordt één keer in gewone taal verduidelijkt. Daarna gebruik ik hem als ankerpunt, zodat het betoog scherp blijft zonder telkens dezelfde uitleg te herhalen.

2.1 Emmanuel Levinas: het Gelaat dat mij onderbreekt en de kwetsbaarheid van taal

Emmanuel Levinas biedt de meest radicale correctie op snel begrijpen. Hij stelt dat onze cultuur, en vaak ook ons dagelijks contact, gekleurd is door wat hij “ontologisch narcisme” zou kunnen noemen: we vertrekken vanuit onszelf. We willen overzicht, controle, betekenis. Levinas noemt deze zelfgerichte beweging de logica van de totaliteit: de neiging om wat anders is onder de orde van het zelfde te brengen. Die beweging is niet op zichzelf verkeerd. Ze wordt problematisch wanneer ze te snel sluit en neutraliseert wat vreemd en ontregelend is in de Ander.

Dan wordt verstaan bezit: ik weet wat dit is, ik weet wie jij bent, en daarom kan ik verder.

Voor Levinas begint de ethische ontmoeting pas wanneer dit Zelf wordt onderbroken. In het face-to-face word ik aangesproken vóór ik kan beslissen wat de ontmoeting “is”. Het gelaat is niet eerst een beeld dat ik zie, maar een appèl dat mijn vrijheid confronteert: reduceer mij niet, domineer mij niet, vernietig niet wat onherleidbaar is aan mij.

Daarom maakt Levinas een cruciaal onderscheid dat richtinggevend is voor luisteren: tussen het Zeggen (le Dire) en het Gezegde (le Dit). Het Zeggen is blootstelling en aanspreking, vóór de inhoud. Het Gezegde is wat vast komt te liggen in uitspraken, verklaringen en concepten. De tragiek is: we hebben het Gezegde nodig, maar het riskeert altijd het Zeggen te verraden.

Voor luisteren betekent dit: het eerste moment is niet cognitief (“ik begrijp je”), maar ethisch (“ik word door jou aangesproken”). Luisteren begint als weigering om de Ander in mijn categorieën te sluiten, en als bereidheid om mijn eigen zekerheid ter discussie te laten stellen.

2.2 Gabriel Marcel: van instrumenteel ‘hebben’ naar beschikbare ‘zijnswijze’

Waar Levinas de ethische grens markeert, geeft Gabriel Marcel woorden aan de existentiële houding die het mogelijk maakt met die grens te leven. Marcel onderscheidt een modus van hebben (avoir) en een modus van zijn (être). In de modus van hebben relateer ik mij tot de wereld en tot anderen als objecten die ik kan grijpen, gebruiken of managen. In de modus van zijn word ik beschikbaar (disponible): aanwezig zonder over te nemen.

Marcel maakt ook onderscheid tussen een probleem en een mysterie. Een probleem kan ik van buitenaf benaderen en oplossen. Een mysterie is een werkelijkheid waarin ik betrokken ben en die mij betrekt. Het laat zich niet reduceren tot techniek zonder te verliezen wat er op het spel staat.

Voor luisteren verschuift de vraag dan van “welk probleem moet ik oplossen?” naar “hoe kan ik aanwezig blijven zonder de ander tot casus te maken?” Marcel helpt om het dragende veld van de architectuur te benoemen: aanwezig blijven als beschikbaarheid, stevigheid en trouw.

2.3 Hans-Georg Gadamer: horizon, de zaak zelf en de moed tot zelfcorrectie

Als de Ander mij ontregelt (Levinas) en ik mij niet kan verschuilen achter oplossingen en controle (Marcel), hoe is verstaan dan überhaupt nog mogelijk? Hans-Georg Gadamer antwoordt: verstaan is altijd gesitueerd. We verstaan vanuit een horizon, gevormd door taal, traditie en vooroordelen (Vorurteil). Dat is geen gebrek, maar de voorwaarde van verstaan. Voor Gadamer is verstaan geen bezit, maar een gebeuren dat plaatsvindt in dialoog. In een echt gesprek kan onze horizon verschuiven, omdat we ons laten aanspreken en corrigeren door wat gezegd wordt.

Een belangrijke bescherming tegen dominantie is Gadamers nadruk op de zaak zelf (die Sache). Het gesprek is niet in de eerste plaats een strijd tussen ego’s, maar een gezamenlijke oriëntatie op iets dat ons beiden overstijgt.

Die gezamenlijke oriëntatie tempert de reflex om te winnen, te fixen of te snel af te ronden. Luisteren wordt bij Gadamer dus geen neutrale registratie, maar deelname aan een proces dat de luisteraar kan transformeren. Relationele terughouding omvat de moed tot zelfcorrectie: de bereidheid mijn interpretatie te herzien wanneer de ontmoeting dat vraagt.

2.4 Jacques Derrida en Paul Ricoeur: de tragiek van handelen en ‘de Derde’

Als we alleen bij Levinas’ oneindige terughouding zouden blijven, dreigt ethiek verlammend te worden. Derrida maakt de aporia zichtbaar: elke poging om te spreken of te beslissen bevat al een vorm van geweld, omdat beslissen betekent dat mogelijkheden uitgesloten worden. Pure geweldloosheid is binnen taal en handelen niet beschikbaar. Wat wel beschikbaar is: waakzaamheid en bescheidenheid.

Er is nog iets: de één-op-één relatie staat nooit los van anderen. Levinas noemt dat “de Derde”: de aanwezigheid van andere mensen, instituties, regels en rechtvaardigheid. De Derde dwingt tot vergelijken, wegen en verantwoordelijkheid voorbij het directe face-to-face. Paul Ricoeur biedt hier een brug in de vorm van phronèsis (praktische wijsheid): het vermogen om te oordelen in concrete situaties waarin regels onvoldoende zijn en handelen toch nodig is.

Voor luisteren betekent dit: terughouding is nooit het eindpunt. Luisteren moet soms antwoord, begrenzing en beslissing worden, zonder te doen alsof die beslissing “zuiver” is. Verantwoordelijkheid omvat ook de bereidheid gevolgen te dragen en daarna corrigeerbaar te blijven.

3. De Architectuur van Luisteren

Op deze gelaagde filosofische basis rust de Architectuur van Luisteren: een raamwerk dat zichtbaar maakt hoe contact opent en sluit, en hoe we ethisch aandachtig kunnen blijven in die beweging.

3.1 De toetssteen: Effect vóór intentie

In een westerse, geïndividualiseerde ethiek rechtvaardigen we communicatieve handelingen vaak door te verwijzen naar intentie: “Ik bedoelde het goed.” Deze architectuur stelt een andere toetssteen voor: effect vóór intentie. De ethische vraag is niet wat ik bedoelde, maar wat mijn aanwezigheid en woorden deden in de ontmoeting: openden ze ruimte voor de Ander, of reduceerden en sloten ze?

3.2 Het dragende veld: aanwezig blijven

In het absolute centrum van de Architectuur staat een voortdurende verplichting: aanwezig blijven. Dat is geen emotionele versmelting, maar de weigering om te verdwijnen in afstand, techniek of zelfbescherming. Aanwezig blijven is de voorwaarde om terughouding meer te laten zijn dan vermijden.

3.3 Een expliciete afbakening: geen systeem, geen methode, niet te “organiseren”

Hier is een spanning die ik nadrukkelijk wil benoemen. Dit raamwerk is geen systeem, geen stappenplan en geen model dat je kunt “implementeren” alsof ethiek maakbaar is. Roger Burggraeve wijst er, in lijn met Levinas, op dat de kleine goedheid iets voorbij het systeem is. Ze borrelt op uit de unieke persoon, laat zich niet in regels vatten en kan niet worden gerecupereerd tot tool, methode of regime. Juist wanneer goedheid wordt “gepredikt” als methode, dreigt ze te veranderen in iets dat domineert in plaats van dient.

De Architectuur van Luisteren wil daarom niet de ethiek organiseren, maar de luisteraar aanspreekbaar houden. Ze biedt geen zekerheid, maar oriëntatie. Ze nodigt uit tot kleine, herstelbare bewegingen in concrete situaties, zonder de illusie dat we het morele leven kunnen vastzetten in procedures.

3.4 De drie principes

1. Oordeelbewustzijn

Oordeelbewustzijn is het vermogen om de reflex te zien waarmee ik interpreteer, categoriseer en concludeer, en om te voorkomen dat die reflex stilletjes zekerheid wordt die de Ander vastzet.

Wat het vraagt in het dagelijks leven

  • Eerst waarnemen: wat gebeurt er nu werkelijk, in woorden, toon, lichaam, stilte?

  • Pas daarna interpreteren: welke betekenis geef ik hieraan, en waar komt die betekenis vandaan?

Praktische checks

  • “Wat weet ik zeker, en wat vul ik in?”

  • “Wat hoor ik letterlijk, en wat maak ik ervan?”

  • “Welke verklaring vind ik het meest logisch, en welke alternatieven negeer ik?”

Zinnen die kunnen helpen

  • “Laat me checken of ik je goed begrijp…”

  • “Dit is wat ik hoor. Klopt dat?”

  • “Mijn eerste interpretatie is X, maar ik kan het mis hebben.”

2. Herstelbaarheid

Herstelbaarheid vertrekt vanuit een simpele menselijke realiteit: in contact maken we fouten. We reduceren, trekken conclusies, missen nuance, of spreken te definitief. Ethisch handelen is daarom niet “één keer goed zitten”, maar steeds weer corrigeerbaar blijven.

Wat het vraagt in het dagelijks leven

  • Spreek en handel alsof je kunt terugkomen op wat je zegt.

  • Neem kleine stappen die je kunt bijstellen, in plaats van grote conclusies die de ander vastzetten.

Praktische checks

  • “Als ik ongelijk heb, hoe snel kan ik het repareren?”

  • “Heb ik ruimte gelaten voor nuance en om terug te komen?”

  • “Heb ik iets gezegd dat de ander fixeert: ‘jij bent gewoon…’?”

Zinnen die helpen

  • “Ik denk dit, maar ik wil het met jou toetsen.”

  • “Als dit niet klopt, wil je me corrigeren?”

  • “Misschien heb ik het mis. Zullen we even terugspoelen?”

3. Beschikbaarheid

Beschikbaarheid betekent aanspreekbaar blijven voor de Ander, ook wanneer tijd, rol, systeem of agenda aan je trekken.

Wat het vraagt in het dagelijks leven

  • Je agenda doet ertoe, maar niet meer dan iemands menselijke waardigheid.

  • Je blijft aanspreekbaar, ook als je “door moet”.

Praktische checks

  • “Ben ik nu bij iemand, of ben ik iemand aan het verwerken?”

  • “Gebruik ik dit gesprek om sneller klaar te zijn, of om werkelijk helder te worden?”

  • “Kan ik één moment bieden waarop de ander voelt: ik word gezien?”

Zinnen die helpen

  • “We hebben niet veel tijd, maar ik wil dit niet afraffelen.”

  • “Wat is voor jou het belangrijkste dat ik meeneem, nu?”

  • “Ik hoor dat dit echt belangrijk is. Zullen we één ding uitpakken en de rest parkeren voor later?”

3.5 De bewegingen

De vijf bewegingen in Figuur 1 vormen geen route die je afloopt. De figuur heeft geen startpunt, geen pijlen en geen eindbestemming. Wat zij biedt is een existentieel weefsel van oriëntatiepunten dat helpt om niet te snel te sluiten. In een gesprek kunnen de bewegingen in verschillende volgorden oplichten. Soms is eerst ruimte nodig, soms erkenning, en soms een terugkeer naar aandacht omdat je merkt dat je al aan het invullen bent. De bewegingen zijn geen checklist en geen bewijs van “goed luisteren”. Het zijn manieren om het Zelf telkens terug te roepen naar de kern: reduceer de Ander niet, maar blijf aanwezig.

Aandacht

Aandacht is de micropauze vóór interpretatie. Je merkt dat je al richting een conclusie beweegt, en je laat dat even los. In alledaagse taal is het vaak niet meer dan een kleine beweging: “Wacht”, “Ga door”, “Vertel.” Aandacht is de keuze om nog niet te framen of te verklaren terwijl de ander nog bezig is zichzelf te zeggen.

Adresseren

Adresseren is het erkennen van de relatie vóór de inhoud. Je laat merken: dit is niet alleen informatie, dit is iemand die zich naar jou toekeert. Het hoeft niet plechtig te zijn. Soms is het gewoon: “Ik ben er”, “Ga maar”, “Ik blijf even bij je.” Adresseren is niet het sturen van het verhaal, maar het markeren van het contact.

Ruimte

Ruimte is ethische terughouding in tempo en taal. Je voegt niet toe, je rondt niet af, je trekt het niet onmiddellijk naar een oplossing. Stilte is geen gat dat gevuld moet worden, maar deel van spreken. In gewone taal hoor je dit in: “Neem je tijd”, “Even”, “Het hoeft niet nu”, “We hoeven nu nog niet te beslissen.” Dit geeft het Zeggen (le Dire) ruimte vóór het vastloopt in het Gezegde (le Dit).

Erkennen

Erkennen is benoemen wat zich toont, zonder het uiteen te leggen in verklaringen. Je zegt hardop wat je waarneemt, en je laat de ander je corrigeren. Het kan eenvoudig zijn: “Dit is intens”, “Dit weegt zwaar”, “Dit schuurt.” En het blijft toetsbaar: “Klopt het dat dit is wat er speelt?” Erkennen is getuigen zonder over te nemen: je neemt de ervaring serieus zonder haar toe te eigenen.

Responderen

Responderen houdt de consequenties open. Het is de beweging waarin de ander kan voelen: dit gesprek kan ergens toe leiden; er is ruimte voor een grens, een volgende stap, een besluit, of een “nee” wanneer dat nodig is.

Responderen betekent niet dat er altijd meteen actie of beslissing moet volgen. Het betekent dat de mogelijkheid van handelen en begrenzen beschikbaar blijft, zodat ruimte en stilte niet veranderen in uitstel zonder verantwoordelijkheid.

4. Kritische reflectie

Elk ethisch raamwerk moet zijn eigen kwetsbaarheden onder ogen zien. Dit raamwerk ook. Stilte, terughouding en aanwezig blijven kunnen worden misverstaan als passiviteit, vermijding of morele superioriteit.

De kern van het model ligt niet in één element, en zeker niet in stilte op zichzelf. Wat telt is het hele weefsel: aandacht, adresseren, ruimte, erkennen en responderen, bijeengehouden door de toetssteen van effect en de principes van oordeelbewustzijn, herstelbaarheid en beschikbaarheid.

Juist omdat terughouding kostbaar kan zijn, is zij ook kwetsbaar. In contexten met ongelijkheid in macht kan stilte compliciteit worden; terughouding kan verlating worden; “aanwezig blijven” kan een performance worden die echte verantwoordelijkheid vermijdt.

Daarom is Responderen geen verplichte beweging in dit model, maar wel een ethische waarborg. In elke dialoog moet de mogelijkheid van responderen beschikbaar blijven en als zodanig voelbaar zijn voor de Ander.

In dat licht is effect vóór intentie beslissend: niet wat de luisteraar bedoelde met terughouding, maar wat die terughouding teweegbracht in de ontmoeting bepaalt haar ethische kwaliteit. Voor een nadere uitwerking van deze schaduwzijde van stilte in contexten van kwetsbaarheid en macht, verwijs ik naar mijn aparte essay over dit thema.

5. Conclusie: kleine goedheid in de praktijk

De Architectuur van Luisteren belooft niet dat gesprekken zachter, makkelijker of frictieloos worden. Ze belooft ook geen methode om de Ander hanteerbaarder te maken. Wat dit raamwerk hopelijk biedt, is een manier om het Zelf steeds terug te roepen uit de reflex om te grijpen: te snel verklaren, controleren, diagnosticeren, afronden. In plaats daarvan nodigt het uit tot aanwezig blijven en tot een vorm van contact waarin de Ander niet gereduceerd wordt tot categorie of probleemdefinitie.

Daarom zijn de bewegingen geen checklist en geen route. Het zijn oriëntatiepunten die helpen open te blijven zonder vrijblijvend te worden.

Aandacht vertraagt interpretatie. Adresseren markeert contact. Ruimte bewaakt terughouding in tempo en taal. Erkennen benoemt wat zich toont zonder het over te nemen. Responderen houdt de mogelijkheid van consequentie open. Voor mij is Responderen een ethische waarborg: in elke dialoog moet de mogelijkheid om te responderen beschikbaar blijven en als zodanig voelbaar zijn voor de Ander. Niet om te domineren, maar om te voorkomen dat verantwoordelijkheid achter nuance wordt uitgesteld.

In de praktijk raakt luisteren aan wat Roger Burggraeve, Levinas volgend, “kleine goedheid” noemt: alledaagse, vaak aarzelende en feilbare bewegingen die voorkomen dat de Ander verdwijnt in abstractie. Ze leeft in de micropauze vóór we invullen, in het laten bestaan van stilte waar woorden anders alles dichtspijkeren, en in handelen dat klein blijft in de zin van niet-dominant en herstelbaar. Zo wordt effect vóór intentie de toetssteen van luisteren: niet wat iemand bedoelde met terughouding, maar wat die terughouding doet, bepaalt haar ethische kwaliteit.

Luisteren als ethische praktijk vraagt om een marge van menselijkheid: bereidheid om aanwezig te blijven, te corrigeren, en waar nodig een grens te stellen zodat de Ander kan verschijnen zonder gesloten te worden.

NB: De metafoor van een “Architecture of Listening” is ook uitgewerkt in onderzoek naar organizational listening, door professor Jim Macnamara (2015). Dit essay bouwt niet voort op dat werk. Ik gebruik dezelfde metafoor in een andere betekenis: als fenomenologisch en ethisch raamwerk voor intermenselijke ontmoetingen.

Referenties:

Burggraeve, R. (1999). Violence and the vulnerable face of the other: The vision of Emmanuel Levinas on moral evil and our responsibility. Journal of Social Philosophy, 30(1), 29–45.

Burggraeve, R. (1999). The wisdom of love in the service of love:

Emmanuel Levinas on justice, peace, and human rights. Marquette University Press.

Burggraeve, R. Geen toekomst zonder kleine goedheid. Naar genereus samenleven in verantwoordelijkheid vanuit Emmanuel Levinas. Antwerpen: Halewijn, 2020.

Critchley, S. (2015). The problem with Levinas. Oxford University Press.Derrida, J. (1978). Violence and metaphysics: An essay on the thought of

Emmanuel Levinas. In J. Derrida, Writing and difference (A. Bass, Trans.,pp. 79–153). University of Chicago Press. (Original work published 1964)

Derrida, J. (1996). Geweld en metafysica: Essay over het denken van Emmanuel Levinas. Kok Agora. (Origineel werk gepubliceerd 1964)

Gadamer, H.-G. (1989). Truth and method (2nd rev. ed.; J. Weinsheimer &D. G. Marshall, Trans.). Crossroad. (Original work published 1960)

Gadamer, H.-G. (2014). Waarheid en methode: Hoofdlijnen van een filosofische hermeneutiek (M. Wildschut, Vert.). Vantilt.

Guillaume, X. (2018). How to do things with silence: Rethinking the centrality of speech to the securitization framework. Security Dialogue, 49(6), 476–492. https://doi.org/10.1177/0967010618789755

Goh, R. Z., Phillips, I. B., & Firestone, C. (2023). The perception of silence. Proceedings of the National Academy of Sciences, 120(29), e2301463120. https://doi.org/10.1073/pnas.2301463120

Hunt, G. (2004). The ethics of silence. Nursing Ethics, 11(2), 135–149. https://doi.org/10.1191/0969733004ne676ed

Jansen, C. (2026). De schaduwzijde van stilte: Over terughouding, onttrekking en ethische aanwezigheid [Essay].

Jansen, C. (2026.). https://substack.com/@corinejansen

Jansen, C. (2026). De architectuur van luisteren: Een fenomenologische en existentiële verkenning van relationele terughoudendheid, gebaseerd op en voorbij Levinas [essay].

Levinas, E. (1969). Totality and infinity: An essay on exteriority (A. Lingis,Trans.). Duquesne University Press. (Original work published 1961)Levinas, E. (1991). Totaliteit en oneindigheid: Essay over de exterioriteit (C. Bremmers & T. de Boer, Vert.). Ambo.

Levinas, E. (1998). Otherwise than being, or beyond essence (A. Lingis, Trans.). Duquesne University Press. (Original work published 1974)

Lundy, P., & McGovern, M. (2006). The ethics of silence: Action research, community ‘truth-telling’ and post-conflict transition in the North of Ireland. Action Research, 4(1), 49–64. https://doi.org/10.1177/1476750306060542

Macnamara, J. (2015). Creating an “architecture of listening” in organizations: The basis of engagement, trust, healthy democracy, social equity, and business sustainability. University of Technology Sydney.

Macnamara, J. (2015). Organizational listening: The missing essential in public communication. Peter Lang.

Marcel, G. (1951–1952). The mystery of being (Vols. 1–2; G. S. Fraser, Trans.). Henry Regnery. (Original lectures delivered 1949–1951)

Marcel, G. (1964). Creative fidelity (R. Rosthal, Trans.). Fordham University Press. (Original work published 1940)

Ricoeur, P. (1995). Oneself as another (K. Blamey, Trans.). University of Chicago Press.

Ricoeur, P. Temps et récit (1985) en in Soi-même comme un autre (1990)

Rouw, M. Woestijnvaders (2015) Brandaan

Van Sonsbeeck, E.S.J.M. (1991). Het zijn als mysterie, in de ervaring en het denken van Gabriel Marcel. De Nederlandse Boekhandel, Antwerpen.

Reageren

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet getoond. Ik lees elke reactie voordat zij verschijnt.