Me voici Hier ben ik

Een filosofische reis naar de Ander

Beschikbaarheid, zonder plan

Beschikbaarheid, zonder plan

14 september 2026 6 min lezen Beschikbaarheid

Toen ik aan deze reeks begon, had ik geen doel. Geen route, geen bestemming en geen expliciete vraag of stelling die beantwoord of bewezen moest worden. Ik wilde gewoon reizen met Levinas, langs zijn begrippen en de mensen om hem heen, en vooral ontdekken wat er te ontdekken viel.

Dat die reis zo ver zou voeren, had ik van tevoren niet kunnen bedenken.

Ik heb nu zeventien jaar van mijn leven aan het luisteren besteed. Het is mijn vak, mijn onderzoek en, als ik eerlijk ben, ook mijn manier van in de wereld staan. Ik dacht dat die jaren een fundament vormden, en volgens mij is dat nog steeds zo. Maar deze reeks raakte een gebied aan waar ik nog nooit was geweest.

Ik heb gelezen ín Levinas, Husserl, Heidegger, Buber, Weil, Camus, Blanchot, Sartre, De Beauvoir, Gadamer, Derrida, Ricœur, Merleau-Ponty en Grossman. Ín, zeg ik met nadruk: stukken, hoofdstukken, essays, brieven, vaak in vertaling, waarbij vertaalmachines overuren hebben gedraaid. Ik ben geen filosoof; ik ben een luisteraar die heel veel is gaan lezen. En juist daarom weet ik één ding zeker: ik heb alles alleen maar aangeraakt. Elk deel had een apart boek kunnen zijn. Elke tekst die ik las, wees weer naar tien andere teksten die minstens zo boeiend zijn.

Als je eenmaal begint met het lezen van filosofie, stop je niet meer. En ik weet eigenlijk wel zeker dat ik dat ook helemaal niet wil. Dit is precies de staat waarin ik wil zijn.

Eigen foto gemaakt in het Markdal in Breda

Er is veel met mij gebeurd onderweg: ik voel vooral dat ik bescheidener ben geworden. Bescheidener, zoals je stiller wordt in een gesprek dat veel omvangrijker blijkt dan je vraag.

Zeventien jaar zit ik in dit vak, en dan lees je bij Weil dat aandacht de zeldzaamste vorm van vrijgevigheid is. Ik vroeg me oprecht af hoe vaak ik dat echt heb opgebracht. Ik las bij Merleau-Ponty dat ik met mijn hele lichaam luister, en ik dacht aan alle keren dat mijn gezicht al had geantwoord voordat ik iets zei. Ik las bij Camus hoe iemand doorloopt na een plons, en ik vroeg mij af hoe vaak ikzelf ben doorgelopen.

De ethiek heeft mij beïnvloed op een plek waar methoden en modellen niet kunnen komen. Het heeft mijn luisteren verdiept, maar het heeft mij ook uit handen genomen: ik weet nu minder zeker wat ik doe, maar ik doe het met meer aandacht dan ooit.

Wat heeft de reis me nog meer gebracht? Dat luisteren geen techniek is, wist ik al heel lang; daar had ik deze denkers niet voor nodig. Wat mij werd aangereikt, is taal. Prachtige, precieze taal voor wat ik al jaren zag gebeuren zonder dat ik het zo kon zeggen.

De horizonversmelting van Gadamer. De mismoeting van Buber. Het il-y-a, het Zeggen en het Gezegde van Levinas. Het désoeuvrement van Blanchot. De onvoorwaardelijke gastvrijheid van Derrida. De vraag van Weil: Quel est ton tourment? En de zinloze goedheid van Grossman.

Als je woorden krijgt voor wat je dagelijks doet, ga je het anders doen. Ik wel tenminste: aandachtiger, aarzelender, preciezer. Deze taal heeft veranderd wat ik opmerk.

De taal, de woorden, die wijzen voor mij dezelfde kant op. Dat het appèl er eerder is dan mijn antwoord, en dat mijn antwoord er wel degelijk toe doet. Dat luisteren zeker lichamelijk is, bijna nooit onschuldig, maar ook altijd begrensd, en dat die begrenzing ruimte kan maken. Dat ook de beste luisteraar mist, en dat er voor het herstel een weg bestaat. En dat wat er overblijft, wanneer alle grote woorden zijn uitgesproken, is de kleine goedheid: iemand laten uitspreken, wanneer passend een vraag stellen en dan ook het antwoord aankunnen, en terugkomen op een woord dat verkeerd viel.

Natuurlijk gaat het leven niet over een kamer waar altijd maar twee stoelen staan. Deze reeks ging ook over de samenleving, over bedrijven en organisaties, ook al stond dat er niet altijd met zoveel woorden. Ricœur zei het het duidelijkst: het goede leven, met en voor anderen, in rechtvaardige instituties. Ook instituties luisteren, of niet, en dat is voelbaar aan elke balie, in elk dossier, in elke wachtrij.

De vraag die deze denkers aan organisaties stellen, valt het best te omschrijven als ongemakkelijk eenvoudig. Hebben we de moed om te horen waarom we onze plannen niet verwezenlijken? Durven we zo kwetsbaar te zijn dat we geraakt worden door wat we juist hadden georganiseerd om ons niet te raken? Luisteren is in een organisatie de bereidheid om veranderd te worden door wat er binnenkomt. Weinig dingen vragen meer moed. En weinig dingen worden vaker uitbesteed aan een extern bureau.

Hoe ga ik verder? Ik ken het antwoord alleen in de vorm die deze reeks mij heeft geleerd: als beschikbaarheid, zonder plan. Zo begon de reis, en zo ga ik verder. Ik ga door met luisteren, in de kamers en aan de tafels waar mensen elkaar ontmoeten, en ik neem deze denkers mee zoals je vrienden meeneemt: ze lopen niet voorop, ze lopen mee. Ik ga door met lezen, omdat ik nu weet hoeveel er nog ligt. En ik ga door met schrijven, omdat schrijven, dat heb ik van Blanchot geleerd, zelf een vorm van luisteren is: je weet niet waar het naartoe gaat, en je mag het toch toevertrouwen aan lezers die je niet kent.

Er zijn mensen die ik nu al graag bij naam wil bedanken. Roger Burggraeve, voor zijn tijd, zijn kennis en zijn aanmoediging; wat hij me over Levinas leerde, klinkt in bijna elk deel door. Mijn partner John, die elke ontdekking opnieuw moest aanhoren en bleef luisteren. En natuurlijk Anja, die me uitnodigde om dit te doen. Zonder die uitnodiging was er geen reis geweest. En ook dat is Levinas: het begint altijd bij een ander die je aanspreekt.

Daarmee kom ik bij jullie, lieve lezers. Derrida schreef dat een tekst pas wordt ondertekend door het oor dat hem ontvangt. Deze reeks is dus niet alleen door mij geschreven. Ze is meeondertekend door iedereen die meelas: door wie reageerde en door wie zweeg, door de vraag van een lezer die me een week bezighield, en door de stilte na een deel dat blijkbaar binnenkwam. Dank daarvoor. Het is de vreemdste en mooiste ervaring van dit jaar geweest: schrijven over luisteren en ondertussen, deel na deel, zelf beluisterd worden.

De tafel is opgeruimd en de gasten staan in de kast. Ik blijf achter met wat er na een goed gesprek altijd overblijft: meer vragen dan waarmee ik begon, en nog meer zin om ze te stellen.

Zeventien jaar zit ik in dit vak, en het voelt pas als een begin. Misschien is dat wel de kortste samenvatting van alles wat ik onderweg heb geleerd.

Reageren

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet getoond. Ik lees elke reactie voordat zij verschijnt.