Me voici Hier ben ik

Een filosofische reis naar de Ander

Blijven zitten in het donker

Blijven zitten in het donker

Vasili Grossman en de zinloze goedheid

Deel 24 van 24 3 september 2026 16 min lezen Stilte

De laatste gast die voorlopig aan deze tafel aanschuift, is geen filosoof. Hij is een Sovjet-Joodse schrijver en oorlogscorrespondent, geboren in Berditsjev, in het huidige Oekraïne.

Toen Vasili Grossman in 1964 stierf, bestond Leven en lot alleen nog als een in beslag genomen manuscript. Levinas kon het pas rond 1980 lezen, toen het boek in Lausanne verscheen. (1) Vanaf het midden van de jaren tachtig keert Grossman opvallend vaak terug in zijn interviews en latere teksten. Tegenover François Poirié noemde Levinas Leven en lot als het grote boek dat diepe indruk op hem had gemaakt. Hij had het in het Russisch gelezen. (2)

Deze zomer heb ik Leven en lot voor het eerst zelf gelezen. Daar heb ik langer over gedaan dan ik had verwacht. Het is een heel dik boek, en op sommige bladzijden moest ik stoppen met lezen. Dat gebeurde bij de brief van Anna aan haar zoon Vitja, en later opnieuw bij Sofja en David. (3) Het gebeurde ook bij het schrift van Ikonnikov, waarin hij probeert op te schrijven wat na alles wat hij gezien heeft nog over is van het woord goedheid.

Levinas haalt uit deze roman een gedachte die hij daarna steeds opnieuw gebruikt, in zijn eigen formulering: la petite bonté, de kleine goedheid. Wie Leven en lot in de Nederlandse vertaling leest, komt de woorden ‘de zinloze goedheid’ tegen. (4) Grossman schrijft over goedheid zonder getuigen, van de ene mens tegenover de andere, klein genoeg om aan de geschiedschrijving te ontsnappen en zinloos omdat het geen hoger doel nodig heeft.

Eén zin vergeet ik nooit meer: “De onmacht van de zinloze goedheid is het geheim van haar onsterfelijkheid.” (5)

Misschien is dat ook waarom Levinas zo door Grossman werd gegrepen. Hij trof in een roman iets aan wat hij zelf een leven lang filosofisch had proberen te zeggen: de goedheid begint tussen deze mens en die andere mens, voordat iemand een dossier of een nummer wordt. Bij Grossman verliest het Goede de mens, voor wie het ooit bedoeld was, uit het oog zodra het zichzelf tot macht maakt. (6)

De man Vasili

Wie was de man Vasili? Hij werd in 1905 geboren in Berditsjev, destijds een van de Joodse centra in het tsarenrijk. (7) Hij studeerde scheikunde, werkte een tijd als chemisch ingenieur en begon te schrijven. Toen nazi-Duitsland in 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, werd hij correspondent voor de Rode Ster, de krant van het Rode Leger. (8)

Vier jaar lang leefde hij aan het front, van de terugtocht in de eerste oorlogsmaanden tot aan Berlijn in 1945. Zijn verslagen werden door miljoenen mensen gelezen, omdat hij schreef over de kou en de uitputting, en over wat er in een mens gebeurt die bang is. Grossman kruipt zo dicht op de huid van gewone mensen dat je hun angst bijna kunt inademen. Hij luisterde naar de stemmen die in geschiedenisboeken en oorlogsstatistieken niet worden genoemd.

Diezelfde oorlog sloeg een diepe wond in zijn eigen leven. Zijn moeder, Jekaterina Saveljevna, bleef achter in Berditsjev toen de Duitsers de stad omsingelden. In september 1941 werd zij, samen met tienduizenden andere Joden uit de stad, buiten Berditsjev doodgeschoten. (9) Vasili was op dat moment als correspondent elders aan het front. De rest van zijn leven bleef de vraag waarom hij er niet was geweest. In 1950 en opnieuw in 1961 schreef hij haar een brief, op de negende en de twintigste sterfdag. (10) Een zoon die blijft praten tegen de stilte, omdat sommige dingen te laat komen en gezegd moeten worden.

In 1944 behoorde Grossman tot de eerste journalisten die het terrein van Treblinka bezochten. De nazi’s hadden geprobeerd het vernietigingskamp met de grond gelijk te maken om hun sporen uit te wissen. Grossman sprak met de weinige overlevenden die nog durfden te spreken en met enkele boeren uit de omgeving. Zijn verslag, De hel van Treblinka, werd een van de reconstructies van deze massamoord en werd tijdens de processen van Neurenberg als bewijsmateriaal aangevoerd. (11)

Ook hier zie ik het luisteren. Op een plek die bijna volledig was uitgewist, ging hij zitten om flarden van verhalen op te vangen. Voordat herinneringen geschiedschrijving kunnen worden, is er iemand nodig die bereid is te luisteren naar wat moeilijk te verdragen is. Iemand die blijft luisteren als de ander huilt of stilvalt. Grossman had die moed.

Na de oorlog schreef hij Leven en lot, een roman rond Stalingrad waarin hij een parallel trekt tussen de vernietigingsmachine van nazi-Duitsland en de terreur van Stalins eigen regime. In de Sovjet-Unie rond 1960 was dat levensgevaarlijk.

In februari 1961 kwam de KGB. De dienst nam het manuscript en de doorslagen mee, en ook de inktlinten van zijn schrijfmachine. (12) Grossman bleef gebroken achter. In een brief aan Chroesjtsjov vroeg hij om vrijheid voor zijn boek: zijn eigen fysieke vrijheid betekende weinig zolang het boek waaraan hij zijn leven had gewijd niet gepubliceerd mocht worden. (13)

Rond zijn gesprek met partijideoloog Michail Soeslov ontstond later het verhaal dat het boek nog tweehonderd jaar verboden zou blijven. (14) Grossman stierf in 1964 aan kanker, zonder te weten of zijn boek ooit gelezen zou worden. Maar Semjon Lipkin had een doorslag bewaard. Pas in 1980, nadat Andrej Sacharov de bladzijden op microfilm had gefotografeerd en Vladimir Vojnovitsj de film naar het Westen had gebracht, verscheen het in Lausanne. (15)

Het schriftje van Ikonnikov

Midden in die gruwelijke wereld van de kampen komen we een gevangene tegen: Ikonnikov. Op rondslingerende flarden papier probeert hij te redden wat er van onze menselijkheid overblijft. Hij doet daarbij een ontdekking die me is bijgebleven: zodra we het goede met een hoofdletter gaan organiseren, zodat het een leer wordt of een project, schuift de levende mens naar de achtergrond. Dan offeren we de mens die voor ons staat aan een ideaal in de toekomst. Waar een systeem absolute macht opeist om namens het goede te spreken, wordt de mens die het zou helpen als eerste vergeten. (16)

Tegenover die abstracte systemen zet Grossman iets kleins: de alledaagse goedheid tussen mensen. In het Russisch klinkt dat woord zachter: dobrota. (17) Denk aan de oude vrouw die langs de colonne loopt en een korst brood in de hand duwt van een uitgehongerde Duitse krijgsgevangene, de man die gisteren haar vijand was en nu een jongen is met honger, of aan de soldaat die zijn veldfles deelt met een zwaargewonde vijand. Denk aan de bewaker die een verfrommeld briefje van een gevangene naar diens moeder smokkelt en daarmee zijn eigen vrijheid riskeert.

Waarom zinloos?

Laat het woord zinloos even tot je doordringen. Kleine goedheid klinkt sympathiek, misschien zelfs geruststellend. Zinloze goedheid klinkt anders. Ik denk dat dat woord ons dwingt elke kosten-batenafweging los te laten. Je kunt deze vorm van goedheid niet rechtvaardigen met een resultaat. Waarom deelt die soldaat zijn water? Omdat daar, op dat moment, iemand dorst heeft. Dat is genoeg.

Ze is klein omdat ze zich in stilte afspeelt tussen twee mensen, buiten het zicht van de geschiedenis. Ze is zinloos omdat ze weigert iets te dienen. Ze vraagt niet vooraf wat het oplevert of deze mens wel een van ons is. Ze luistert naar het appel van de Ander.

Grossman heeft voor deze goedheid geen triomf in petto. Dat verandert de loop van de oorlog niet en het blijft machteloos. Daar schrijft hij die ene zin bij, over de onmacht die het geheim van haar onsterfelijkheid is.

Dat is in mijn optiek iets anders dan optimisme. Het kwaad beschikt over legers en ideologieën, en het boekt het ene na het andere succes. Grossmans gedachte is ongemakkelijker: het lukt het kwaad nooit om elk spoor van menselijkheid uit te wissen. De geschiedenis van de mens is bij hem de strijd van een groot kwaad dat een korreltje menselijkheid probeert te vermalen. (18) Hoe hard het systeem ook stampt, dat korreltje krijgt het niet kapot.

De brief van een moeder

Dezelfde gedachte keert terug in de lange brief die Anna Semjonovna vanuit het getto aan haar zoon Viktor schrijft. (19) Grossman schreef zelf jaren na de moord op zijn moeder, brieven aan haar. In de roman laat hij een moeder die weet dat haar leven gaat eindigen nog één keer tegen haar zoon spreken. Deze Anna staat dicht bij zijn eigen moeder. Grossman gaf zijn personage iets wat hij zelf nooit heeft gekregen: de laatste stem van een moeder.

Er staat nog een zin in waar ik stil van werd. Over de moreel gedweeë mensen die alle kwaad goedkeuren om maar niet van gebrek aan instemming met de autoriteiten te worden verdacht. (20)

Ik werd daar stil van omdat Grossman daar geen monster beschrijft. Hij kijkt naar iets wat iedereen zal herkennen: hoe een mens zich voegt, hoe het verlangen om binnen de kring te blijven zwaarder gaat wegen dan het eigen geweten. Ik zie het in vergaderingen waar iedereen aanvoelt dat een besluit niet deugt en toch niemand iets zegt.

De brief eindigt met een moeder die haar zoon gebiedt te leven: “Leef, leef, leef eeuwig… Mama.” Ik heb het boek daar dichtgedaan en ben een tijd uit het raam blijven kijken.

De nekken bij de Loebjanka

Bij de Loebjanka-gevangenis staat een stille rij familieleden voor het loket, om een bericht of een pakje af te geven voor de gevangenen binnen. Wie in die rij staat, ziet alleen de rug en de nek van degene vóór hem. Grossman beschrijft hoe je aan die gebogen ruggen en opgetrokken schouders kunt aflezen wie bang is en wie nog hoopt. (21) Zonder dat er een woord wordt gezegd, is er van alles te horen.

Daar las ik Levinas. Het gelaat valt niet samen met een anatomisch gezicht. Er bestaan verschillende manieren om gelaat te zijn, zegt hij, en ook een hand of de welving van een schouder kan gelaat worden. (22) Dat schreef hij lang voordat hij Grossman las. Wat de roman hem gaf, is een plek waar het te zien is: een rij ruggen die spreekt.

Voor mijn onderzoek naar luisteren was dat jaren geleden bevrijdend. Een mens spreekt ook zonder woorden. Soms zit het appel in een houding of in een stilte die langer duurt dan gewoonlijk. Soms hoor je het in een zin die halverwege afbreekt, of in een ademhaling aan de andere kant van de lijn. En soms spreekt een nek.

Systeem en onderbreking

Grossman wantrouwt elk georganiseerd systeem van het Goede. Levinas legt daar iets naast: we kunnen bij de ontmoeting tussen twee mensen niet blijven staan. Zodra er een derde verschijnt, ontstaat de vraag naar rechtvaardigheid. Hoe verdelen we wat schaars is? Wat geldt voor iedereen? Daarvoor zijn wetten nodig, vergelijking, rechtspraak en instellingen. (23) Rechtvaardigheid komt bij hem voort uit de verantwoordelijkheid voor de Ander.

De zinloze goedheid repareert geen zorgstelsel. Daarvoor zijn organisatie en wetgeving nodig. Een stelsel kan rechtvaardigheid organiseren. De kleine goedheid herinnert eraan voor wie het gemaakt is. Een goede instelling kan die goedheid niet voorschrijven; ze heeft mensen nodig die zich door de Ander laten onderbreken.

Er blijft één vraag over. Zodra ik de kleine goedheid aanprijs omdat ze het leven leefbaar maakt, geef ik haar een functie en verliest het woord zinloos zijn scherpte. Grossman ontkomt daaraan omdat hij vertelt en niets aanbeveelt. Ik schrijf een essay, dus ik sta nu met beide voeten in dat probleem. Wat ik wel kan doen, is haar laten zien en hopen dat iemand haar herkent op het moment dat het ertoe doet.

De tafel is voorlopig gevuld

Toen ik aan deze serie begon, dacht ik dat Grossman de laatste gast van de hele reeks zou zijn. Hij is de laatste voor nu. Er zijn stemmen die ik nog wil horen en vragen die open liggen, dus na hem gaat het verder.

Dat hij nu deze plaats krijgt, klopt wel. Na alle filosofische begrippen die hier langs zijn gekomen, brengt hij me terug bij wat zich voor mij nauwelijks in een begrip laat vatten. Een oude vrouw met een korst brood, een bewaker met een briefje in zijn zak. Geen van die gebaren houdt een tankdivisie tegen. Ze zijn wat er overblijft als de grote woorden op zijn.

Mijn zoektocht naar wat luisteren betekent is nog niet af. Luisteren blijft dicht bij de grond. Het is het besluit om te blijven, om de Ander niet alleen te laten in het donker, ook als er niets op te lossen valt. Grossman liet mij zien dat deze goedheid machteloos mag zijn. Levinas houdt me wakker met de vraag of onze systemen nog weten voor wie ze gemaakt zijn.

Naschrift

Roger schreef me terug, zoals altijd. Zo fijn! Hij wees me op het feit dat er tussen Grossman en Levinas naast een prachtige rode draad, ook een diep verschil loopt.

Laat ik zijn punt proberen te vertalen naar mijn eigen woorden. Grossman gelooft niet meer in ‘het Goede’. Daarmee bedoelt hij de georganiseerde samenleving die zichzelf tot moraal verheft, zoals het stalinistische systeem dat deed, maar ook de georganiseerde religie, inclusief de Russisch-orthodoxe kerk. Wat voor hem overblijft als alles in puin ligt, is alleen nog dat kleine, koppige korreltje menselijkheid van de gewone, alledaagse, volkomen zinloze goedheid.

Bij Levinas ligt dat anders. Hij dacht al over goedheid na lang voordat hij Grossman las. Zelfs in de donkerste tijden bleef hij hopen op een rechtvaardige maatschappij. Hij hield vol dat een samenleving die voortkomt uit de ethiek van het van aangezicht tot aangezicht niet alleen mogelijk is, maar zelfs ethisch geboden. In zijn Joodse teksten spreekt Levinas in dit verband over de ‘staat van Caesar’ en de ‘staat van David’. De staat van David staat voor een politieke orde die zich nooit als voltooid mag beschouwen en zich steeds opnieuw moet laten aanspreken door de vraag naar rechtvaardigheid.

Tegelijkertijd trok Levinas een harde les uit het stalinisme. Geen enkel regime, hoe nobel ook bedoeld, mag als systeem het laatste woord krijgen. Elke samenlevingsvorm, elke wet en elk instituut heeft voortdurend ‘overschrijding’ nodig om menselijk te blijven. Levinas rekent de kleine goedheid hier uitdrukkelijk toe aan de mensenrechten en de voortdurende strijd voor een betere rechtvaardigheid. Zo krijgt die kleine goedheid een actieve hefboomfunctie, juist in een democratie.

Dat bracht me aan het denken over iets wat Roger schreef. Misschien is dat wel de reden waarom Levinas in zijn teksten over Grossman het woord ‘zinloos’ bijna nooit benadrukt. Bij Grossman is die goedheid het enige wat nog overblijft als alles is ingestort. Bij Levinas heeft die goedheid werk te doen. De vraag die ik aan het slot openliet, is daarmee niet verdwenen. Want zodra de kleine goedheid een hefboom wordt, krijgt het een functie en verliest het woord ‘zinloos’ dan niet zijn scherpte? Grossman hield dat woord zo vast omdat hij niets meer te verliezen had. Levinas liet het vallen omdat hij nog iets wilde opbouwen.

Ik weet zelf nog niet goed aan welke kant van dat verschil ik sta. Voorlopig lees ik het als de spanning waarin werkelijk luisteren zich afspeelt: heel dicht bij deze ene mens blijven die nu voor je staat, terwijl er ondertussen een wereld is die geregeld moet worden.

Roger sloot zijn brief af met een zin die ik hier graag laat staan zoals hij hem schreef: “Dus: zowel continuïteit als discontinuïteit tussen Levinas en Grossman.”

Noten

  1. Leven en lot werd in februari 1961 door de KGB in beslag genomen en verscheen pas in 1980 in het Russisch bij L’Âge d’Homme in Lausanne. De Franse vertaling, Vie et destin, verscheen in 1983.

  2. François Poirié, Emmanuel Lévinas. Qui êtes-vous?, Lyon: La Manufacture, 1987. Levinas spreekt in deze gesprekken over Leven en lot en over Grossmans “kleine goedheid”. Hij las het boek in het Russisch.

  3. Sofja Levinton en de jongen David gaan samen de gaskamer in; het is een van de meest aangehaalde passages uit de roman.

  4. Levinas gebruikt consequent la petite bonté; het is zijn eigen uitdrukking voor wat hij bij Grossman aantrof. Grossman schrijft in het Russisch over бессмысленная доброта, letterlijk “zinloze goedheid”, en zo staat het ook in de Nederlandse vertaling van Froukje Slofstra: Vasili Grossman, Leven en lot, Amsterdam: Balans, 2008.

  5. Uit het geschrift van Ikonnikov, in het tweede deel van Leven en lot.

  6. Parafrase van Ikonnikovs gedachtegang.

  7. Grossman werd op 12 december 1905 geboren. Berditsjev gold als een van de belangrijkste centra van Joods leven in het tsarenrijk. Zie John en Carol Garrard, The Bones of Berdichev. The Life and Fate of Vasily Grossman, New York: Free Press, 1996, en Alexandra Popoff, Vasily Grossman and the Soviet Century, New Haven: Yale University Press, 2019.

  8. Krasnaja Zvezda (Rode Ster), de krant van het Rode Leger. Grossmans frontverslagen zijn gebundeld en toegelicht in Antony Beevor en Luba Vinogradova (red.), A Writer at War. Vasily Grossman with the Red Army 1941-1945, Londen: Harvill, 2005.

  9. De schattingen lopen uiteen. Bij de massa-executies rond Berditsjev, met 15 september 1941 als grootste dag, werden in totaal ongeveer twintig- tot dertigduizend Joden vermoord. Jekaterina Saveljevna Grossman kwam bij deze moordpartijen om. Zie Garrard en Garrard, The Bones of Berdichev.

  10. De brieven zijn geschreven op de negende en de twintigste sterfdag van zijn moeder, in 1950 en 1961. Ze zijn opgenomen in Beevor en Vinogradova, A Writer at War, en worden uitvoerig besproken bij Garrard en Garrard.

  11. De hel van Treblinka (Треблинский ад) verscheen in november 1944 in het tijdschrift Znamja en werd bij de processen van Neurenberg als bewijsmateriaal verspreid.

  12. Behalve het manuscript namen de agenten ook de doorslagen, de notitieboeken, de kopieën van de typistes en de inktlinten van de schrijfmachine mee. Zie Popoff, Vasily Grossman and the Soviet Century.

  13. Grossmans brief aan Chroesjtsjov dateert van 1962. De bekende zin luidt in vertaling ongeveer: wat heeft mijn fysieke vrijheid voor zin zolang het boek waaraan ik mijn leven heb gewijd gearresteerd is.

  14. Het gesprek met Michail Soeslov vond plaats in 1962. Over de precieze woorden lopen de bronnen uiteen; genoemd worden tweehonderd en tweehonderdvijftig jaar.

  15. Semjon Lipkin bewaarde een doorslag, die Grossman hem zelf had toevertrouwd. Andrej Sacharov fotografeerde de bladzijden op microfilm en Vladimir Vojnovitsj bracht de film naar het Westen. Het boek verscheen in 1980 bij L’Âge d’Homme in Lausanne.

  16. Ikonnikovs schriftje, tweede deel van Leven en lot.

  17. Dobrota betekent goedheid of goedhartigheid. Het is het woord dat Grossman verbindt met bessmyslennaja, zinloos.

  18. Parafrase van Ikonnikov: de geschiedenis van de mens is de strijd van een groot kwaad dat probeert het korreltje menselijkheid te vermalen.

  19. De brief van Anna Semjonovna aan Viktor Strum staat in het eerste deel van de roman. In de Nederlandse vertaling wordt de koosnaam als Vitja gespeld.

  20. Citaat uit de brief van Anna Semjonovna, vertaling Slofstra.

  21. De rij wachtenden bij de Loebjanka, waar Jevgenia Nikolajevna een pakje probeert af te geven. Grossman beschrijft hoe mensen aan ruggen en nekken kunnen aflezen wie bang is en wie nog hoopt.

  22. Levinas komt in zijn late interviews en essays herhaaldelijk op deze passage terug om duidelijk te maken dat het gelaat niet samenvalt met de anatomische trekken van een gezicht. Vergelijk Éthique et infini. Dialogues avec Philippe Nemo, Parijs: Fayard, 1982, waar hij zegt dat ook een hand of de welving van een schouder gelaat kan zijn, en de gesprekken met Poirié. Roger Burggraeve heeft deze lijn uitgewerkt in zijn werk over Levinas en de kleine goedheid.

  23. Over de derde en de overgang van verantwoordelijkheid naar rechtvaardigheid: Emmanuel Levinas, Autrement qu’être ou au-delà de l’essence, Den Haag: Nijhoff, 1974, en het gesprek “Philosophie, Justice et Amour” in Entre nous.

Reageren

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet getoond. Ik lees elke reactie voordat zij verschijnt.