Me voici Hier ben ik

Een filosofische reis naar de Ander

De barst in het verstaan

De barst in het verstaan

een vervolg op ‘Langs de Omweg van het verhaal’

31 augustus 2026 8 min lezen Oordeelbewustzijn

In mijn vorige stuk schreef ik over Ricoeur. Over de omweg van het verhaal, en over hoe we onszelf en een ander leren verstaan langs wat er verteld kan worden. Kort daarna schreef mijn mentor, emeritus professor Roger Burggraeve, mij een brief.

Als Roger schrijft, begint hij gelukkig altijd met waardering en daarna komt het woordje: ook. Hij voegt toe. Daardoor leer ik Levinas lezen. Hij corrigeert zelden iets als foutief, hij zet er iets naast of bevraagt mij over iets. Zijn kennis van het Frans, van Levinas en de filosofie in het algemeen is zo rijk en groot. Ik ben telkens zo blij met het woordje ook en met de vraagtekens die hij opstuurt.

Dit keer schreef hij over de spanning tussen wederkerigheid en asymmetrie, over het gelaat als een breuk in het verhaal, en ergens halverwege stond een zin die mij in het luisteren ook al zo lang bezighoudt:

Als alles interpretatie is, dan is alles in de macht van wie interpreteert.

Even terug naar het verhaal van het vorige blogje met de moeder van een zieke tiener die me ooit had gevraagd of ze me kon spreken. Aan de telefoon noemde ze zichzelf een tokkie.

Terwijl ik door de hal van het ziekenhuis liep, zocht ik naar iemand die bij dat woord paste. Bij mij kwam het beeld van ma Flodder naar boven. Dat had ik niet bedacht; het lag er al. Zij had het woord genoemd, de televisie had het jarenlang ingevuld, en ik liep daarmee te zoeken in die hal.

Toen ik haar vroeg waarom ze zichzelf zo noemde, zei ze dat ze er zo uitzag en dat ze ook zo behandeld werd.

De te kleine roze jas die ze droeg was van haar dochter. Ze droeg het om haar kind dicht bij zich te voelen. Wat op verwaarlozing leek, bleek de vorm die haar moederliefde op dat moment had aangenomen.

Langs de omweg van haar verhaal viel het etiket dat ik haar had gegeven door haar woord, compleet weg. Dat is wat Ricoeur mij heeft geleerd. Een verhaal kan iets verschuiven in wat ik meen te zien. Het kan betekenis veranderen.

Maar de opmerkingen van Roger gaan over het ogenblik daarvoor.

Er was een moment waarop zij daar stond in die drukke hal en mijn beeld nog heel was. Op dat moment had ik haar al ingevuld. Het verhaal kwam snel daarna en herstelde wat er daarvoor was gebeurd.

Roger gebruikt daarvoor een woord dat ik in deze betekenis nog niet kende: dévisager.

In het Frans betekent het iemand strak aankijken, iemand opnemen. Roger hoort er iets anders in, en hij hoort dat aan de bouw van het woord: het gelaat van zijn gelaat ontdoen. Daar kan ik geen goed Nederlands woord bij vinden.

Bij een woord als tokkie ligt dat er dik bovenop. De invulling wordt kant-en-klaar aangeleverd. Toch gebeurt iets vergelijkbaars ook met andere zorgvuldig gekozen woorden. De artsen die in het Latijn over haar dochter spraken, deden dat wellicht niet met slechte bedoelingen. Maar het effect was dat de moeder buiten het gesprek kwam te staan. Wat de artsen niet hadden voorzien, was dat zij de Latijnse woorden wel begreep . En toch raakte ze haar plaats kwijt in het gesprek over haar eigen kind

Hier ligt ook het verschil tussen Ricoeur en Levinas dat ik in mijn vorige stuk denk ik, heb laten liggen.

Ricoeur legt veel gewicht bij het verhaal. We komen bij onszelf uit langs onze eigen geschiedenis en bij een ander langs de hare. Luisteren betekent dan ook dat je bereid bent die omweg mee te lopen. Ik noem dat Luisteren met.

Maar Levinas begint eerder. Het gelaat is bij hem een spreken dat aan elk verhaal voorafgaat. Een uitleg die zich nooit laat onderbrengen.

Roger schrijft dat de ontmoeting met de Ander daarom een soort crisis betekent, een dubbele hermeneutiek, twee vormen van uitleg.

Er is het verhaal dat de Ander over zichzelf vertelt. De moeder legt zichzelf uit met woorden die beschikbaar zijn. Zij noemde zichzelf een tokkie. En er is mijn verhaal over haar. Het gelaat breekt in beide vormen van uitleg.

Bij Levinas blijft de interpretatie aanwezig, dat kan ook niet anders. We leggen onszelf uit en we leggen de Ander uit. Het gelaat onderbreekt die uitleg en ontneemt daarmee het laatste woord. Dat is belangrijk. Want zodra een uitleg het laatste woord krijgt, kan degene over wie het gaat er nog amper aan ontsnappen.

En dan citeert Roger, Leonard Cohen: There is a crack in everything.

Cohen komt in onze correspondentie wel vaker langs. In Anthem zingt Cohen over de barst die in alles zit en waardoor het licht binnenkomt. Die barst zelf, dat doet er het meest toe voor mij. De plek waar iets dat gesloten leek toch weer open kan.

Hier wijk ik, denk ik, ook een beetje af van Roger, of misschien kijk ik vanuit een andere plaats. Roger denkt vanuit de tekst. Mijn gedachten gaan terug naar die hal waar iemand op mij stond te wachten.

In mijn werk zou ik niemand helpen door het uitleggen achterwege te laten. Ik had dat beeld van ma Flodder nodig om überhaupt te kunnen merken dat het er was. De vraag die ik haar stelde kwam overigens wel voort uit mijn eigen ongemak over de invulling die ik had meegebracht. En toch, zonder die invulling had ik die vraag misschien nooit gesteld.

Dat maakt interpreteren voor mij ingewikkelder dan alleen een risico. We kunnen nauwelijks anders. We ordenen wat we zien, leggen verbanden, herkennen iets, vullen iets in. Soms al voordat we zelf doorhebben dat we het doen. De vraag wordt dan wellicht wat de status is van wat ik denk te weten.

Elke uitleg draagt een vorm van macht in zich. Wie uitlegt, bepaalt immers voor een deel wat iets betekent.

Habermas zocht naar een gesprek waarin overheersing geen rol zou spelen, herrschaftsfrei noemde hij dat, en hij legde die vrijheid vast in de voorwaarden waaronder mensen met elkaar spreken.

Bij Levinas komt de correctie ergens anders vandaan; zij komt van de Ander. Van degene die zich nooit laat samenvatten en die mijn beeld kan openbreken op een moment dat ik zelf niet kies.

Roger noemt dat een terughoudendheid, se retenir, jezelf inhouden. En hij verbindt het met een woord dat ik van hem heb overgenomen: frémissement, huiver.

Ik ken die huiver. Het meldt zich soms als een soort lichte tegenzin. Een halve seconde waarin iets in mij niet meegaat met wat ik zojuist heb gedacht.

Ik ben die halve seconde steeds belangrijker gaan vinden in gesprekken met anderen. Niet omdat het mij behoedt voor een oordeel. Het oordeel is er meestal al. De huiver maakt het zichtbaar. Er ontstaat een kleine opening tussen wat ik dacht en wat ik daarna doe.

In die hal gebeurde dat toen ik haar zag staan en merkte dat ze niet klopte met het plaatje waarmee ik was gekomen.

Dus dood ik door te interpreteren? Dat was de vraag van Roger in onze correspondentie. Een hele mooie vraag, maar ook een hele lastige.

Mijn beeld van die vrouw zat dicht toen ik door de hal liep. Er kwam een barst op het moment dat ik mijn vraag stelde. Daardoor kon zij iets vertellen dat ik zelf nooit had kunnen bedenken.

In mijn Architectuur van Luisteren ben ik daar een woord voor gaan gebruiken: herstelbaarheid.

Daarmee bedoel ik dat mijn uitleg voorlopig moet kunnen blijven. Dat iemand over wie mijn interpretatie gaat, er iets tegenover kan zetten. Dat mijn beeld veranderd, aangevuld of teruggenomen kan worden wanneer de ander iets laat zien wat er niet in past. Misschien zit daar voor mij de grens van interpreteren.

Niet in de mogelijkheid om zonder oordeel te zijn. Daar geloof ik eigenlijk niet meer in. Maar ik geloof wel in de vraag of mijn oordeel nog open genoeg is om door de ander veranderd te worden. Ik houd mijn uitleg zo vast dat er een opening overblijft, groot genoeg om door degene over wie zij gaat te worden teruggenomen.

Door de correspondentie met Roger ben ik herstelbaarheid ook nog op een andere wijze gaan zien. Het gaat niet alleen om wat er gebeurt als ik ontdek dat mijn interpretatie niet klopt. Het gaat ook over hoeveel macht ik mijn interpretatie geef terwijl ik deze vorm. Kan de Ander er nog tussenkomen? Kan degene mijn uitleg onderbreken? Misschien is herstelbaarheid ook wel het openhouden van die mogelijkheid.

Roger schrijft nog iets waar ik al eerder veel over heb nagedacht. Mensen ontdekken van aangezicht tot aangezicht (face-to-face) dat ze al in verhouding staan voordat ze iets van elkaar willen. Panim, het Hebreeuwse woord voor gelaat, komt alleen in het meervoud voor. Er is geen gelaat in het enkelvoud.

Dat plaatst mijn eigen aandeel in die ontmoeting in een ander licht. Ik dacht dat ik die middag naar haar toe ging. Maar onze verhouding was al begonnen in dat telefoongesprek waarin zij dat woord over zichzelf gebruikte. Mijn eerste antwoord daarop was geen vraag. Het was een beeld uit een televisieserie.

Wat ik nog steeds niet weet, is hoe ik merk dat een interpretatie dichtzit terwijl ik hem aan het maken ben. Achteraf zie ik het wel. In die hal waar ik de vrouw zocht, zag ik het met een halve seconde vertraging. Misschien begint herstelbaarheid al daar.

In die kleine vertraging waar mijn oordeel er al is, maar de ander nog de kans krijgt om het open te breken. De vraag is of die vertraging langer kan worden. Of dat de huiver nu eigenlijk altijd achter het oordeel aan komt.

Reageren

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet getoond. Ik lees elke reactie voordat zij verschijnt.