Me voici Hier ben ik

Een filosofische reis naar de Ander

Een tafel vol gasten

Een tafel vol gasten

Tussenstand in de reeks.

Deel 17 van 24 21 juli 2026 5 min lezen Beschikbaarheid

Als je een reis maakt, moet je af en toe stilstaan om te kijken hoe ver je bent gekomen, wat je allemaal hebt beleefd en meegemaakt. Dat wil ik in dit korte tussendeel doen, want er is veel voorbijgekomen, heel veel.

Een ding wil ik hier alvast zeggen, iets waar ik in mijn nawoord uitgebreider op terugkom. Bijna alles wat je in deze reeks hebt gelezen, kwam eerst in het Frans langs. Levinas schreef in het Frans, en de meesten die langskwamen en zullen komen ook.

Natuurlijk zijn er tegenwoordig machines die het werk in een seconde doen. Ze geven je een woord, en meestal een bruikbaar woord. Maar de vraag die overblijft kan geen machine beantwoorden: is dit het woord dat de denker bedoelde? Om dat te wegen moet je terug naar de zin eromheen, naar wat iemand op die plek probeerde te zeggen, naar de toon die meeklinkt. Daar begint het eigenlijke vertalen, en het lijkt sprekend op luisteren. Dat viel mij zwaarder dan ik had gedacht.

Elke keuze laat iets achter. Autrui draagt meer mee dan het Nederlandse de ander en het verschil tussen le Dire en le Dit laat zich in het Nederlands maar half vangen. Ik heb geprobeerd dicht bij de teksten te blijven en toch leesbaar te schrijven, en ik weet dat ik daarbij dingen ben kwijtgeraakt.

De eerste helft van de reis ging over Levinas zelf. Over de asymmetrie, het gelaat, de derde, het Zelfde, het Zeggen en het Gezegde, het me voici. Ik probeerde zijn taal te leren, woord voor woord, zoals je een taal leert: eerst onwennig, dan met groeiend vertrouwen, en altijd met het besef dat er meer klinkt dan ik kan verstaan.

Daarna veranderde de reis van karakter. Er kwamen mensen bij.

Husserl, de leermeester bij wie het allemaal begon. Heidegger, het klimaat dat verlaten moest worden zonder dat overgeslagen kon worden. Buber, op wiens deel ik mij zo verheugd had. Camus, die met één novembernacht op de Pont Royal zichtbaar maakte waar deze hele reeks over gaat: iemand wordt aangesproken en loopt door. Gabriel Marcel, bij wie luisteren en beschikbaar zijn bijna hetzelfde werden. En vorige week Blanchot, de trouwste vriend van Levinas, die zich niet laat fotograferen en zacht spreekt. En de komende tijd schuiven er nog meer aan: Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir, Franz Rosenzweig, en Simone Weil, die het luisteren zijn diepste vraag zal geven, quel est ton tourment, wat is jouw kwelling, en over wie Levinas juist zo scherp kon schrijven. Maar ook nog Hans-Georg Gadamer, Jacques Derrida en Paul Ricoeur.

Soms stel ik me een lange tafel voor in een cafe in Parijs…laten we zeggen Cafe De Flore:-)

Levinas zit ergens in het midden, niet aan het hoofd, dat zou hij niet willen. Husserl zit er als de oude leraar die tevreden rondkijkt en af en toe iemand corrigeert. Heidegger zit er ook; dat blijft ongemakkelijk, maar dat hoort wat mij betreft zo. Buber en Levinas zijn in gesprek en het scheelt weinig of ze verstaan elkaar. Simone Weil zit aan het uiteinde en zegt bijna niets; zij luistert zoals alleen zij dat kon, met een aandacht zo volledig dat er niets van haarzelf tussen kwam. Levinas kijkt af en toe haar kant op. Over de Bijbel waren die twee het grondig oneens, en toch zou de tafel zonder haar gewoon leger zijn. Blanchot is er, al weet niemand precies waar hij zit, want hij laat zich niet fotograferen en spreekt zacht; toch is hij van iedereen aan tafel de meest trouwe vriend. Gabriel Marcel is er ook. Hij is de denker van de aanwezigheid, en aan tafel is dat geen theorie: hij is er helemaal bij, gedraaid naar wie spreekt, alsof beschikbaar zijn voor een ander het vanzelfsprekendste is wat er is. Gadamer zit iets verderop. Hij praat met iedereen, en het is vreemd genoeg nooit tot een echt gesprek tussen hem en Levinas gekomen. Camus is er ook, de enige aan tafel die geen filosoof wilde worden genoemd. Hij zit iets naar achteren geschoven, en telkens wanneer het gesprek te abstract wordt, begint hij over een vrouw op een brug, en wordt het even stil. Derrida is de jongste aan tafel. Hij zegt lang niets. Hij luistert. Maar als hij iets zegt, blijkt hij alles gehoord te hebben.

Ik dacht dat ik in deze reeks Levinas beter zou leren kennen door zijn begrippen te bestuderen. Dat is ook gebeurd. Maar de grootste verrassing was een hele andere: ik leerde hem pas echt kennen via de mensen om hem heen. Zoals je op een verjaardag mensen beter begrijpt wanneer je hun vrienden en familie ontmoet. Je hoort hoe ze tegenspreken en tegengesproken worden, wat ze verdedigen als het erop aankomt, bij wie ze zwijgen, aan wie ze schatplichtig zijn en dat ook ruiterlijk toegeven, en waar de vriendschap dieper zit dan het gelijk.

En het werkt ook de andere kant op. Door Levinas ben ik al die anderen (anders) gaan lezen. Buber is meer geworden dan de denker van de ontmoeting; hij is ook degene aan wie Levinas de vraag stelde: wat eist de ontmoeting van mij? Heidegger is meer geworden dan een moeilijk hoofdstuk uit de filosofiegeschiedenis; hij is het klimaat waarin een generatie moest leren ademen en waaruit sommigen moesten vertrekken. Elke denker in deze reeks werd een ander mens doordat Levinas ernaast stond.

Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze tussenstand. Een mens, ook een denker, verschijnt in verhoudingen. Niemand aan die lange tafel is te begrijpen zonder de anderen. Dat is, als ik het goed zie, wat Levinas ons al die tijd probeerde te zeggen: dat er geen ik bestaat dat eerst af is en zich daarna pas tot anderen verhoudt.

Tijdens het schrijven merkte ik dat ik zelf ook aan die tafel zat. Luisterend, vaak doorvragend, soms een verhaal voorzichtig afrondend omdat ook de anderen ruimte nodig hadden. Wat daar gebeurde, liet zich niet van een afstand beschrijven. Mijn manier van luisteren bepaalde mede, wat ik jullie vertelde.

De komende delen maken de tafel voller. Daarna komt het einde van deze reeks in zicht, en ik weet nog niet precies hoe dat einde eruit zal zien. Wel weet ik met wie ik wil eindigen: met de vraag wat er van al dit denken overblijft in het gewone leven, bij de goedheid van de een voor de ander, in het klein.

Maar zo ver is het nog niet. Eerst schuiven er nog nieuwe gasten aan.

Ik hoop dat je blijft meeluisteren.

1 reactie

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet getoond. Ik lees elke reactie voordat zij verschijnt.