Dit blogje is een zijspoor van mijn reeks over Levinas.
Afgelopen maandag vertelde een jonge twintiger mij enthousiast een verhaal, en ik voelde meteen dat er iets niet klopte. In plaats van te luisteren naar waarom hij het met mij deelde, begon ik het te corrigeren. Zo werkt het juridisch niet, dacht ik, en dat wilde ik rechtzetten. Pas later zag ik wat ik had gedaan. Ik was naar het Gezegde gesprongen, naar de feiten van het verhaal, en had het Zeggen gemist: de reden waarom iemand dit, nu, aan mij vertelde. Bijna alles wat ik in mijn eigen Architectuur van Luisteren probeer te doen, deed ik die middag niet.
Daar zit de samenhang waar ik over wil schrijven, die tussen ruimte en herstelbaarheid. Door te corrigeren gooide ik iets dicht. Ik nam de ruimte weg waarin zijn verhaal nog iets anders had kunnen betekenen dan ik dacht. En ook de ruimte om er later op terug te komen.
Ruimte is dat ik niet meteen invul. Iemand zegt iets en ik laat het staan. Ik weet nog niet wat het is, en dat mag even zo blijven.
Levinas heeft daar woorden voor. Het levende spreken noemt hij het Zeggen. Wat daarvan overblijft zodra het vastligt, heet het Gezegde. (1) Ruimte hoort bij het eerste.
Wat ik deed bracht hem niet dichter bij wat hij kwijt wilde. Ik zette hem vast bij de feiten terwijl het hem om iets heel anders ging.
Barbara Kreft
Roger Burggraeve wijst, in het spoor van Levinas, op het verschil tussen herkenning en erkenning. Als ik iemand herken, maak ik van hem een variant op wat ik al ken. Een soort alter ego. Als ik hem erken, blijft hij iemand die ik nog niet kan invullen. Corrigeren duwt mij de eerste kant op. Ik heb hem dan al af, en met iemand die af is valt weinig te ontmoeten. Er zit geen verschil meer tussen ons.
In mijn Architectuur van Luisteren noem ik dat effect boven intentie. Ik bedoelde niets kwaads, ik wilde alleen iets rechtzetten. Maar wat mijn woorden bij hem deden had daar weinig mee te maken. Mijn goede bedoeling haalt dat niet weg. Wat mijn woorden bij hem hebben gedaan, daar gaat het om.
Ik weet van tevoren niet wat ze zullen doen. Daarom heb ik ruimte nodig, om erachter te komen. En herstelbaarheid, om terug te kunnen komen als er iets is dichtgegaan. Ruimte houdt iets open zolang het nog kan. Herstelbaarheid is wat overblijft als dat mislukt. Allebei komen ze voort uit hetzelfde: ik weet het niet zeker.
Een zin die dichtgooit maakt het allebei moeilijk. Hij kan mij niet meer corrigeren en ik kan nergens meer op terugkomen, want er is niets meer open.
Dat betekent niet dat ik dan maar moet zwijgen. Herstelbaarheid is ook geen vrijbrief om eerst van alles te zeggen. Een duidelijk woord, en soms een hard woord, kan meer openhouden dan omzichtig gedoe. Als ik geen grens trek, gaat er soms juist iets dicht. Ik schreef eerder dat je stilte ook kunt misbruiken, als retoriek of om iets te ontwijken. Ik houd het daarom bij twee vragen: wat deed dit bij hem, en kan ik er nog op terugkomen?
Dat ik dit deed met mijn eigen Architectuur van Luisteren in de hand, vond ik eerst gênant. Nu minder. Ik vraag daarin dat ik corrigeerbaar blijf. Er staat nergens dat ik het goed moet doen. Dus dit is gewoon een voorbeeld.
Blijft over wat ik er nu mee doe. Ik kan naar hem toe gaan en vragen waar ik te snel voorbij ben gelopen. Waarom vertelde je mij dit eigenlijk? Zolang ik dat nog kan vragen, kan hij nog iemand anders blijken dan ik dacht, en valt er met mij te praten.
Noot
-
Het onderscheid tussen le Dire en le Dit ontwikkelt Levinas in Autrement qu’être ou au-delà de l’essence (Den Haag: Martinus Nijhoff, 1974), in het Engels vertaald als Otherwise than Being, or Beyond Essence door Alphonso Lingis (Pittsburgh: Duquesne University Press, 1998). Zie ook deel 9 van mijn reeks.
-
https://www.researchgate.net/publication/401089761_The_Architecture_of_Listening_A_phenomenological_and_existential_exploration_of_relational_restraint_grounded_in_and_beyond_Levinas
Laat een reactie achter